top of page

Theatraal Essay

Marte Morel

In het essay “Wij zijn allen Ophelia” wordt de beeldvorming omschreven waar vrouwen al eeuwenlang mee kampen. In de negentiende eeuw wordt Ophelia haar tragische dood losgetrokken van het stuk Hamlet. Een nieuwe kunststroming zorgt voor een rare obsessie met de dood van vrouwen. Hun levenloze lichaam wordt een nieuw ideaal beeld van een vrouw. Ze wordt losgetrokken van haar spreken en denken en haar intellectuele kant. Enkel de schoonheid van het uiterlijk is belangrijk. Vandaag de dag is dat veralgemeend naar sociale media, de modewereld, reclames etc. Ook Marte zelf ziet deze patronen terug in haar persoonlijke leven. Via haar eigen ervaringen rondom het oordeel over haar uiterlijk reflecteert ze op dit maatschappelijke probleem.

“Door schilderijen wordt er gevisualiseerd wat haar dode lichaam betekent en wat voor gevoel het opwekt bij de maker: “Her corpse became both a source of visual production and an identificatory beauty model of desirable femininity. With Ophelia, “the feminine corpse is treated like an artwork” (Bronfen 73). (…) Paraphrasing Harold Bloom, Ophelia’s dead “second body” and Western aesthetics “have been the same for about the last two centuries of Romantic sensibility” (Bloom 383–431).” (Romanska, 2005). De muze is niet enkel levend meer, ze is ook dood.” Marte Morel, Wij zijn allen Ophelia, (2025).
“Als kind was ik als de dood voor camera’s. Pasfoto’s maken resulteerde in een gefotografeerd huilend kind en nog meer kleingeld in de pasfoto-automaat. Ik kan deze angst vandaag de dag nog steeds niet helemaal begrijpen, behalve een bepaalde onderdrukking van schaamte. Een schaamte die ik voel met betrekking tot mijn uiterlijk, omdat er vaak, in positieve zin, opmerkingen over worden gemaakt. En die opmerkingen kan ik lastig incasseren, het is een compliment, maar het geeft me een groot ongemak. Waardoor mijn uiterlijk wordt benadrukt, iets waar ik geen houding aan kan geven, omdat mijn uiterlijk er ook gewoon maar is. Ik voel me dan op een voetstuk geplaatst.” Marte Morel, Wij zijn allen Ophelia, (2025).
“Ik reflecteer op mijn jongere jaren en ik voel me inmiddels al meer bevrijd. Ik ben nog steeds bang voor een oordeel, maar ik beken het en bevraag het. Ik kijk uit naar de toekomst, hoe ik verder zal groeien. De schaamte als puber naar mijn lichaam begint weg te ebben. Van wie dan ook, een oordeel is enkel een oordeel. Voor mij helpt het om te denken dat de persoon er zelf mee zit.” Marte Morel, Wij zijn allen Ophelia, (2025).
Scherm­afbeelding 2026-05-12 om 10.37.46.png
Screenshot 2026-05-11 at 19.06_edited.jp

“meer in dingen dan in mensen

Omdat de dood in mensen huist

de buitenkant van dingen is

kan ik alleen in dingen leven zien

Hun stug en tegendraads bestaan

hun onverminderd staren in het zicht

van de mij toegemeten jaren

Daarom zie ik meer in dingen dan in mensen

die ene mens die in mij groeit

in richting en in zwijgen naar hen toe.”

J. Bernlef

Uit Winterwegen

Een essay dat gaat over mijn liefde die ik voel voor het tot leven brengen van objecten/dingen op het podium:: het creëren van beeldend theater waarin absurdistische figuren en dingen een eigen stem krijgen. Voor mij — Manon, beeldend maker in opleiding — is dit thema een terugkerende kern van mijn werk. Mijn werk als maker vertrekt telkens weer vanuit die vraag: hoe kan iets dat op het eerste gezicht levenloos is, plots een personage worden? Het werken met objecten opent voor mij een bevrijdende ruimte. Een ruimte waarin suggestie en associatie vrij kunnen bewegen, waarin het publiek wordt aangesproken op een intuïtieve manier in plaats van een rationele. Theater dat vertrouwt op de verbeeldingskracht van zijn toeschouwers — dat is het soort theater waar ik in geloof.

Een ode aan het gezichtje in het stopcontact

Door Manon Verniers
theatraalessay_manonVerniers2.jpg

Zonder Zicht

Door Ine Roeder

Ik vraag me af, kan ik nog als vormgever werken als ik mijn zicht verlies? Is kunnen zien een noodzaak als ontwerper?

 

Ik heb vijf beeldende kunstenaars gevonden wiens zicht anders is dan die van mij. Kleurenblind, slechtziende of blinde makers, elk met een eigen methode om beeldende kunst te maken. Ik heb hun methoden onder de loop genomen en ben ze gaan testen. Met aanpasbare lasbril heb ik hun zicht zo goed mogelijk nagebootst en ben ik gaan schilderen/boetseren.

 

Wat is mijn waarde van zicht en hoe gebruik ik het?

 

Zonder Zicht is te koop voor 10 euro.

mail naar roederine@outlook.com

Een deel uit het essay: 

"Het eindresultaat is veel dynamischer dan gedacht. De vrijheid van handen gebruiken in plaats van een borstel is heel voelbaar. Het is duidelijk de eerste keer dat ik deze methode gebruik en de eerste keer dat ik ‘blind’ te werk ga, maar het werk nadien zien gaf me geen teleurstelling. Wat ik me inbeeldde zag er ook niet perse beter uit, ik was aangenaam verrast."

ik met bril.png
bril.png

Rondom Ruimte

Door Jonna Ave Mulder
_27A9997 2 kopie.PNG

In haar essay deelt Jonna Ave de uitkomsten van haar onderzoek naar ‘ruimtelijkheid’. Een artistiek onderzoek dat ze oktober 2024 startte met wat een bijzonder brede, vage, complexe, veelzijdige en ongrijpbare vraag.

Wat is ruimtelijkheid?

 

 

“Van de muren,  

tot het licht,  

tot de mensen in de ruimte,  

de handelingen van die mensen,  

maar ook de moleculen.  

Daarbij: alles wat zich buiten de ruimte bevindt,  

het gedachtengoed omtrent die ruimte  

en, niet onbelangrijk als kunstenaar, de esthetiek ervan."

 

 

Word je nieuwsgierig? mail naar jonnaave@icloud.com voor het volledige essay.

bottom of page